De vier elementen van Niet-Toxische Tumortherapie

Het doel van NTTT is versterking van het gezonde functioneren van het organisme om de strijd tegen kanker aan te kunnen. Kanker wordt beschouwd als het gevolg van langdurige toxische inwerking, waardoor de betreffende cellen zich gemuteerd hebben tot kankercellen. Het afweersysteem is niet in staat geweest deze cellen te vernietigen, doordat dit systeem belast was door toxines en verslakking. Ook psychische lasten spelen een rol daarbij, zij verlammen de respons op gevaar.
Het is de taak van de NTTT-arts de patiënt door het herstelproces te leiden, waarbij ook de gangbare oncologische behandelingen moeten worden betrokken. De volgende elementen dienen als een kapstok om de therapeutische strategie aan op te hangen.

Element 1: Voeding en reiniging

Het voedingsvoorschrift vormt het fundament van de therapie. In deze voeding is alles aanwezig wat ook in de andere elementen zit, maar in mindere mate. Door de juiste voeding, organisch verbouwd, vrij van gifstoffen, vol van essentiële voedingsstoffen, wordt ons lichaam voorzien van alles wat het nodig heeft zonder veel afval achter te laten. Ons lichaam zal daardoor optimaal kunnen functioneren. Voeding vormt in combinatie met reiniging de economie van het lichaam. Het voedingsvoorschrift wordt ondersteund door reinigingskuren om afvalstoffen (slakken) uit te scheiden en ophoping te voorkomen.
Voorbeelden van reinigingskuren zijn purge, clean sweep, liverflush en koffieclysma’s. Bij de purge wordt het spijsverteringskanaal schoongemaakt van de maag af door te laxeren met magnesiumsulfaat en gedurende twee dagen alleen verdund vruchtensap te gebruiken. Bij de clean sweep wordt de darm naar distaal schoongeveegd met een overmaat aan psylliumvezels, waardoor slakken worden verwijderd en de bacterieflora wordt verbeterd.
Bij de liverflush wordt de lever gestimuleerd om meer gal te lozen en de galblaas tot contractie te brengen. Het koffieclysma stimuleert de lever ook tot uitscheiding van gal, een eigenschap van koffie, maar zonder maagirritatie te veroorzaken.

Element 2: Supplementen ofwel vitamines, mineralen en enzymen

Om verzekerd te zijn van een optimale functie worden die stoffen, waarvan we weten, dat zij een belangrijke rol vervullen bij de gezonde celstofwisseling en het afweersysteem, toegevoegd in een hogere dosering dan alleen met dieet mogelijk is. Het tegengaan van overmatige oxydatie door vrije radicalen (overzadigde zuurstofionen) en niet-gebonden elektronen is de belangrijkste werking van de supplementen, die antioxydanten genoemd worden (vit.C, vit. E, lycopeen, betacaroteen, resveratrol, groene-thee extract, etc.). Door ze te combineren is de werking breed en synergistisch. Mineralen en sporenelementen kunnen van belang zijn bij het voorkomen van maligne ontaarding, zoals selenium, zink en magnesium. Enzymen dienen om de stofwisselingsprocessen te ondersteunen en complexe stoffen zoals eiwitten af te breken, waarbij vooral pancreasenzymen een grote rol spelen.
Na enige tijd zal de voeding in de meeste van deze stoffen kunnen voorzien, zeker als er geen tumor meer gevonden wordt. Sommige van deze stoffen dragen bij tot ontgifting en ontslakking en kunnen beter worden voortgezet om de gezondheid te behouden. De beslissing daarover hangt ook af van de bevindingen van de arts over het fysiologisch functioneren.
De toestand van het interne milieu (terrein) kan met de zogenaamde bio-electronische terreinanalyse volgens Vincent (BETA) worden onderzocht. Het gaat hierbij om metingen in het vloeibare element van het lichaam, waaruit vooral opgeslagen afvalstoffen en verminderde orgaanfuncties duidelijk kunnen worden. De subtiele fysieke symptomen kunnen hierbij ook in beschouwing worden genomen als parameter van het terrein.

Element 3: (niet-toxische) Tumorremmende substanties.

De reguliere geneeskunde heeft zich, na chirurgische verwijdering of debulking, voornamelijk toegelegd op tumorremming met min of meer toxische methoden, zoals radiotherapie, chemotherapie en hormoonblokkerende stoffen. Bij NTTT wordt behandeld met tumorremmers zonder toxische bijwerking, als de fase waarin de patiënt verkeert dit toestaat. Dat betekent na afloop van chemotherapie, voordat reguliere behandeling begint of bij falen of niet mogelijk zijn van chemotherapie. Voorbeelden van niet-toxische tumorremmers zijn genisteïne, quercitine, coumarine, pancreas-extract, amygdaline, melatonine, Pao pareira, Agaricus blazei, etc. Hyperthermie is ook een vorm van tumorremming, een soort niet-toxische radiotherapie. Radiofrequency ablation (RFA) valt onder de minder toxische behandelingen. Tumorremming, toxisch of niet, kan bijdragen tot genezing, maar kan nooit alleen genezing bewerkstelligen. De nadelen van toxische tumorremmers zijn dat zij het immuunsysteem beperken en de lever en nieren belasten, niet-toxische tumorremmers hebben deze bijwerkingen niet en werken minder rigoreus. Hormoonblokkerende en –remmende stoffen, zoals tamoxifen, gosereline en aromataseremmers, zijn minder toxisch dan cytostatica en oncolytica. Dat geldt ook voor neoangiogeneseremmers zoals talidomide en bevasizumab (Avastin®) en in mindere mate voor sunitinib. Monoclonale antistoffen als trastuzimab (Herceptin®) zijn ook minder toxisch.

Element 4: Immuunstimulatie

Immuunstimulatie is de kroon op het werk. Het is te vergelijken met een aanvankelijk zwak en overbelast leger, dat nu verlost is van zijn civiele taken, goed bevoorraad is en beschikt over voldoende wapens. Nu kan de hoeveelheid soldaten nog worden uitgebreid, goed geïnstrueerd en aangemoedigd om te gaan vechten. De methoden hiertoe zijn thymuspreparaten, maretakextracten, lever- en miltextracten en andere orgaanextracten bij daarvoor in aanmerking komende indicaties (zoals Neydill 66).
Dendritische celtherapie neemt een aparte plaats in en dient in een gespecialiseerd centrum te worden toegepast. Genetisch gemodificeerde tumorcelinfusen worden experimenteel toegepast in universitaire centra. Welke van deze stoffen gebruikt kunnen of moeten worden hangt af van de toestand van de patiënt en de bevindingen bij onderzoek, waarbij ook regulier laboratorium-onderzoek, levend-bloed analyse en BETA betrokken kunnen worden.
Er kan een belangrijke immuunstimulerende kracht uitgaan van psychotherapie. Karl Simonton en Lawrence Leshan toonden al aan, dat het mogelijk is d.m.v. visualisatieoefeningen ons immuunsysteem te activeren. Ons psychisch welbevinden is een belangrijke bijdrage tot genezing, getuige de resultaten van psychotherapie bij kanker, waarbij we onze problemen oplossen en proberen onszelf beter te leren kennen en meer ruimte te geven.
Er gaat tevens een stimulerende kracht uit van hoop: op genezing, op de toekomst, op geluk, op liefde. Daartegenover gaat er een verlammende werking uit van angst: voor de dood, voor pijn, voor lijden, voor verlies. Het is de taak van de NTTT-arts de patient zodanig te begeleiden, dat er vertrouwen ontstaat in het eigen vermogen tot genezing en evenwicht in het psychisch welbevinden en de relaties met de naasten. Ook aandacht voor spirituele verhoudingen is belangrijk, daardoor kan vertrouwen in het leven ontwikkeld worden.